Henk-in-Korea-en-Taiwan.reismee.nl

Ter afronding

Het is nu een week na mijn laatste verhaal, ik ben inmiddels thuis. Het is hier afzien, de kou zit nu al in mijn botten: misschien is een permanent verblijf in tropisch lui-lekker-land, met zo nu en dan een fietsvakantie in Nederland, het overwegen waard: Fem eens even polsen.

Als je de indruk hebt gekregen dat de laatste week in Taiwan het één en al slecht weer is geweest dan bij deze een correctie: de laatste 5 dagen, in en om Tapei, waren weer heerlijke warme dagen. Vandaar dat de overgang van daar naar hier: extreem was.

Nu is het moment daar om Taiwan en Z-Korea eens even op een paar opvallende punten te vergelijken: Korea is veel gedisciplineerder en strakker georganiseerd, het is een erg schoon en opgeruimd land. Ik moet stellen dat de werkende en studerende bevolking erg carière bewust en geld belust is. Taiwan is tot op zekere hoogte goed georganiseerd maar ook voor een deel chaotisch, ietwat vuil en achterstallig. De bevolking is deels nog arm (vooral op het platteland), ik kreeg de indruk dat de ‘toplaag van rijke mensen’ niet zo heel erg groot is.

Wat wegen en verkeer betreft is Z-Korea een land waar m.i. wettelijk bepaald is dat auto’s niet te oud mogen zijn, en het wegennet in puik conditie moet zijn. In Taiwan rijden vrij veel oude, in slechte staat verkerende, auto’s rond, hetgeen in Z-korea kennelijk niet mogelijk is. In Korea rijden geen scooters (brommers) in Taiwan stikt het ervan in de stedelijke gebieden. Deze brommers en oude auto’s produceren (te)veel uitlaatgassen en roetdeeltjes m.a.w. de vervuiling van de lucht op en rond wegen in Taiwan is vaak verstikkend ongezond. Daarvan had ik in Korea totaal geen last.

Sfeer en omgeving: Taiwan is een gezellig land waarbij in het oostelijke deel v/h land de natuur spectaculair mooi is, doordat het toerisme er vrij aardig ontwikkeld is heb je het idee dat het meer werelds is. Korea is toch echt veel meer geïsoleerd met een klein percentage toeristen.

Eten en eetcultuur: In beide landen, zoals in vele Aziatisch landen, voor zover ik ze bezocht heb, heerst een cultuur van ‘eten doe je buiten de deur’ vaak zelfs een straat-eet-cultuur en alle 3 (á 4) de standaard eetmomenten-van-de-dag zijn een soort ritueel van gezellig samen de rust nemen om te eten met volop aandacht voor elkaar. In Taiwan was aanbod van gerechten vele malen groter (dan in Korea): de uitgebreide Chinese keuken, de traditionele Japanse keuken, de oud-volkse aboriginal keuken, de mix(Chinees-Japanse)-keuken en de door westerse fastfood beïnvloedde Taiwanese-keuken. Wat ik daarbij belangrijk vond is dat in Taiwan (in tegenstelling tot Korea) al deze gerechten in eerste instantie niet te heet (spicey) worden opgediend: je proeft de afzonderlijke ingrediënten........It’s all about food

Deze trip is hiermee ten einde op naar de volgende!…..Groet

Hoogtepunten (bergpassen) en dieptepunten (stormachtig regenweer)

Die ochtend bij het verlaten van Hualien trof ik Nederlanders op gehuurde fietsen, een echtpaar van achterin de 60. Zij waren ook van die types die zo’n maand of 3 per jaar rondreizen (met openbaar vervoer) in landen ver van huis. Met de ‘Lonely Planet' op zak genoten ze van hun hotel-trek-vakanties. De trip voor deze dag was een tocht van 20 km noordwaarts langs de kust en vervolgen 22 km linksaf de bergen in, waarschijnlijk met een flink stijgingspercentage (en het bleek een behoorlijk pittig stukje klimwerk). Prachtige route, langs een snelstromende rivier in een dal tussen machtige bergwanden: echt genieten. In het plaatsje Tianxiang moest ik zijn voor mijn verblijf in de kerkpastorie: het gehucht bestond uit: wat huizen, een politiebureau, een postkantoor, 2 kerken, 2 restaurantjes, een 7-Eleven en 4 enorme grote luxe hotels. Ik had er voor 2 nachten een private kamertje van 2 bij 2, de nachten waren fris/koud. De tweede nacht veranderde het weer: regen. En naar later bleek was dat het moment dat het weer total veranderde. Een dag of 6 regen, wind en een temperatuur-daling van wel 10 graden: afzien dus. De optie trein speelde meer en meer in mijn achterhoofd, maar zeker nog niet voor de volgende lange rit van 120 km naar Loudong. Dit zou (met ster *) mijn allerzwaarste rit, voornamelijk bergop, worden: een uitdaging dus. Dat echte klimwerk blijkt toch voor een groot deel een mentale kwestie te zijn, maar daarover later meer!

Koud en nat (druilerige regen), zo ongeveer de hele dag. Zonder al te veel bijtrappen zoefde ik de volgende ochtend richting kust daarna noordwaarts op naar Loudong. Op de weg staat aangegeven dat deze weg één van de nationale ‘cycle-routes’ is daarom is het werkelijk van de dolle dat bij iedere tunnel (en dat waren er voor die dag een stuk of 7) stug aangegeven wordt dat ze voor fietsers verboden terrein zijn: dit is de enige weg, een keuze heb ik niet doe normaal en haal die borden weg!!! De verklaring is (zo ongeveer: begrijpen doe ik het niet helemaal!) juist omdat het een smalle tunnel is en het echt wel gevaarlijk is voor fietsers met al dat zware vrachtverkeer het juridisch gezien ‘duidelijker’ is dat je het verbied voor fietsers maar ondertussen de fietsers gewoonte-recht geeft er door te fietsen want een alternatief is er niet. Mocht de rechter er dan toch uiteindelijk aan te pas komen dan is het aan de rechtbank aangepaste jurisdictie toe te passen. Want die weg is jaren geleden met veel inspanning en geld, op een smalle strook aangelegd en verbreding/verandering is niet haalbaar, maar de tijdgeest is wel veranderd. Dus ik fiets er door en stoor me er verder niet aan. Zo anders is het met Fred….wat wil nou het geval ik rijd door die eerste tunnel van de dag en zie halverwege (tunnel is 1750 m lang) uiterst rechts een rood lichtje bewegen, dat bleek Fred, een 55-jarige Australiër, te zijn die daar op het smalle voetpaadje liep met zijn fiets in z’n linker hand. What’s the problem?. F. zei dat hij totaal niet wist ‘how to handle this situation’ hij was maar gewoon gaan lopen en zou uiteindelijk wel bedenken wat hij zou doen bij meerdere lange of korte tunnels. Ik zei gelijk: Come on man, make up your mind and follow me ….we fietsten de tunnel uit en maakten kennis en besloten samen verder te trekken: hij moest ook naar Longdong dus we zaten beiden in hetzelfde schuitje (meerdere tunnels te gaan, nog zo’n 90 km voor de boeg, regen en vooral de 3 enorme forse beklimmingen die ons nog te wachten stonden). Fred een man van weinig woorden op een super mooie ‘trekking-bike’ was de eerste 20 km samen-opfietsend een ‘follower’, ik vond het best want vooral op de rechte, min of meer vlakke stukken, hou ik van tempo-rijden. Die dag stopten we slechts 2 keer voor rust, drinken en eten en om even droog te zitten: het bleef maar regenen, wat ons in onze outfit niet echt veel deerde. Op km-stand 50, zo ongeveer begon de eerste beklimming van de dag…en wat voor één!! Vergeet niet dat het heel anders klimmen is met 15 kg bagage op een 5 kg zwaardere fiets (mijn carbon-racefiets weegt slecht 7.8 kg). De klim was stijl en onregelmatig, dan duurt het vaak even voordat ik het juiste ritme te pakken heb. Fred bleek een echte klimmer te zijn, toen hij in soepele tred naast me kwam rijden, zei ik: Je moet in je eigen tempo omhoog gaan. En daar ging ie: hoog frekwente pedaalslag, zoals Pantani in z’n goeie dagen. Ik ben meer het type Jan Ullrich: meer ’t klimmen op de macht, minder op souplesse.

Nou toch maar even ‘de mentale kant van het klimmen’. Als je zo iemand als Fred bergop van je vandaan ziet fietsen dan raak je meer en meer bewust van: de te leveren inspanning, stijgingspercentages, het juiste verzet, het op dat moment veel te hoge gewicht dat je mee moet torsen etc… etc… dat alles speelt vooral, op de de echt steile stukken, door in je hoofd. En zo gauw ik voor mezelf de ‘rode draad’ binnen dat mengelmoesje gevonden c.q. bepaald heb leidt dat tot een zekere innerlijke rust die dan omgezet wordt in trapvermogen: de juiste cadans. Deze cadans, de trek-houding aan je stuur en de wil die top daar hoog in de verte te verschalken maken dat ik een stijgend-adrenaline-gevoel krijg: pijn voel je minder, je hebt het gevoel dat je de omstandigheden naar je hand hebt gezet. In echt goede doen voel je de adrenaline in je bloed stijgen en je raakt in een lichte trance. Achter in je hersenpan denken cellen bewust mee (controllerende-functie) en vragen zich af: is dit wel haalbaar, rijd ik niet boven mijn macht, zit ik op het juiste inspanningst-percentage-van-mijn-kunnen om de hele klimpartij: 3 van zulke knoeperts te volbrengen. Ondertussen is F een stukje verder van me weggereden: ik-zit-aan-het-elastiek. Bepaalt hij nou hoever dat elastiek uitgerekt wordt of ben ik bij machte dat te bepalen: effe testen…enkele minuten later zie ik dat ik inloop, niet veel maar toch… ik heb de zaak onder controle. De lengte van de klimmen variëren: 4,5 km tot 6 km zo blijkt, met elke keer een ongeveer even lange afdaling. Bij de eerste klim wacht F op de top op mij. Ik maak hem duidelijk dat ik dat anders doe: ik duik gelijk de afdaling in, onder het motto: houd de juiste spanning op de spieren, want dat bepaalt voor een groot deel ook je volle concentratie en die is dringend nodig bij het afdalen, vooral als het wegdek nat is. Wat F. me had willen zeggen, zo bleek later al gauw, is dat hij een slechte daler is, hij durft gewoon niet: ieder zo zijn sterke kanten, maar slecht dalen is toch duidelijk wel een (gevaarlijk) minpuntje.

Tussen klim 2 en 3 hielden we een half uurtje pauze, even de spanning van de boog. De derde klim valt het zwaarst, mede door de pauze maar ook de oplopende vermoeidheid. om 4 uur p.m.komen we in Loudong aan. Hier scheidden onze wegen: een ferme handdruk en de beste wensen. Google Maps bracht me naar het hostel, echter het streetview plaatje was inmiddels aardig veranderd en ik kreeg de indruk dat ’t niet meer in business was: ook de telefoon werd niet meer opgenomen. Op het moment dat ik daar stond te dubben over wat ik zou gaan doen melden zich 2 andere fietsers (Taiwanesen) bij dit adres. Gezamelijk besloten we andere locatie te zoeken. We kwamen terecht in een leuk hotel/hosteltje vlak bij de Night Market van Loudong (volgens deze Taiwanesen de beste van het land wat betreft voedsel (lekkere hapjes). We deelden een kamer met 2 tweepersoons bedden, tv en een luxe-badkamer voor ‘geen geld’ p.p. Zelfs de was-laten-doen was inbegrepen. Onze zeikte-natte kleding en nog wat extra smerig goed lag de volgende ochtend keurig schoon, droog en gevouwen op een tafeltje naast onze kamerdeur… wat een service. Voor weinig geld heb ik er nog een extra nacht aan vast geknoopt in een 4-bed-dorm op de boven verdieping van hetzelfde emplacement.

Na Loudong (ik heb op de Night Market echt voortreffelijk gegeten) vertrok ik, 2 dagen later, richting Keelung (het uiterste noorden van het eiland). De weersvoorspelling was slecht: regen, maar…. tot overmaat van ramp stak er na een uurtje fietsen (9 uur a.m) een stormachtige wind op: wind-tegen is een gruwel!!! En na zo’n km of 50 had ik het wel gezien: op naar het eerste-de-beste station. De treinreis duurde 90 min. en bracht me op 15 km afstand van Keelung-centrum. Mijn hostel, voor de komende 3 dagen, lag nog 13 km verder n-o-waarts (uiteindelijk toch een kleine 60 km gefietst die dag: in de regen!. Ik belandde in een gezellig hostel in een vissers-dorpje en heb 3 dagen eigenlijk niets anders gedaan dan liggen/zitten lezen. Het weer was echt slecht. De omstandigheden leiden tot 2 maal gezamenlijk koken en eten, een man of 6 (2 vrouwen en 4 mannen), ik was de enige buitenlander. De stad Keelung heb ik helemaal aan me voorbij laten gaan: genoeg steden gezien. Afgelopen vrijdag heb ik nog een nachtje door gebracht in Chilin, de noordelijke wijk van Taipei. Omdat ik dat veel te ver van het vliegveld vind, ben ik verkast naar een wijk meer in het zuid-westen van de stad: een echt rijk en sjiek gedeelte van Taipei. Prachtige gebouwen en gezellige winkelstraten. Morgen dinsdag 8 november (moge Trump vernederend verslagen worden) zit ik voor mijn allerlaatste overnachting in dit land in Taoyuan, een stad op 15 km van het vliegveld. Woensdagochtend vroeg mijn fiets in de doos (staat als het goed is voor me klaar bij de plaatselijk fietsenboer) en met mijn rugzak afgeladen vol neem ik dan de bus naar het vliegveld voor de terugreis in etappes: Tapei - Seoul en op donderdag Seoul - Amsterdam met als tussen stop Helsinki (daar vriest het op het moment 4 graden overdag: brrr…winter ik moet er niet aan denken!)

Mag ik jullie allen groete!! Je hoort nog een keer van mij in een soort van slotstukje. Dàog!

Van Zuid-West naar Zuid-Oost, maar niet rond het Zuidpunt

Tainan is een grote stad maar de city is duidelijk oud en historisch, vrijwel alleen laagbouw met daarom heen een grote naar alle kanten uitdijende nieuwe-hoogbouw-stad. De meest westers gelegen wijk is Anping. Anping is historisch zeer interessant omdat deze wijk, toen nog veel kleiner, het haven en handels gebied was dat jaren in bezit is geweest van de Nederlanders. Het toenmalige Formosa lag stategisch op de handels routes naar Japan en China en dit schiereilandje (Anping) bood de Nederlanders (Oost-Indië-Compagnie) een prachtige gelegenheid er een handelsfort te bouwen. Ik heb het ford en het er naast gelegen museum bezocht (zie foto's)

De volgende en laatste grote stad aan de westkust is Kaohsiung s’lands tweede stad, niet erg interessant meer een nuttige slaapplaats ter voorbereiding van de ‘doorsteek’ van west naar oost Taiwan. Ik heb daar alvast een treinkaartje gekocht om die doorsteek (door de bergen), middels diverse tunnels, per trein te doen. Eerst nog ongeveer 50 km relaxed gefietst, daarna die prachtige treinreis naar Taitung (was blij dat ik die reis niet hoefde te fietsen: zou echt te zwaar zijn geweest in de hitte).

Was tot nu toe fietsen in Taiwan maar zo..zo…dat veranderde als ‘een donderslag bij heldere hemel’: De oostkant is spectaculair mooi: Prachtige meerkleurige bergwanden links en rechts de helder blauwe oceaan, en geen hectisch gedoe meer op de weg. En vooral die vervloekte brommers zijn, op een lokaal brommer-boertje/boerinnetje na zo goed als verdwenen (zijn er in de stadjes nog wel volop, maar dat is te vermijden). Het fietsen is hier nu pas echt leuk geworden, wel meer berg-op-en-af maar dat doorbreekt de ééntonige tred, je ziet meer beestjes: vogels, wilde katten en zelfs aapjes. Je ruikt als het ware de flora, en bij iedere andere kleur een andere reuk. Mijn eerste overnachting was in Dulan: een klein dorpje, met een grote naam. Hier volgt een qoute uit Lonely Planet: This funky little village (??; D?lán) is the best spot along the east coast to base yourself for an extended stay. There's good food, a range of accommodation, and a boatload of interesting characters. You'll meet Taiwanese big-city kids who've dropped out of the rat race to open a guesthouse, expats who've done the same, artists who've set up studios in an abandoned sugar factory, and musicians who make the town buzz on weekends. Het was echt 2 dagen genieten.

Fietsen aan deze kant van het land vergt wel een strakkere planning: de afstanden tussen de mogelijke slaap-plaatsen zijn soms erg groot, dus moet je de optie 'trein' openhouden. Dulan - Hualien bijv. is 140 km en heb ik met een gerust hart kunnen doen: blik op de omgeving en om de 2 uur pauze met hapje en drankje. Overigens….die dag heeft mijn helm ‘het niet overleefd’ (zie foto’s) het volgende gebeurde: ik stopte voor een droogje en een natje aan de rechter zijde van de weg om over te steken en plots gleed mijn helm uit mijn zweterige hand en rolde de straat op onder een passerende auto: einde helm. (dag later vervangen door een exemplaar van het plaatselijke merk Giant). Hualien is best een grote stad, maar reuze gezellig omdat het geen hoogbouw heeft, en alles kleinschalig oogt. Ik heb hier 3 nachten geboekt in een hostel: hyper modern, 15 bedden verdeeld over 4 kamers (2 private rooms). Morgen vertrek ik voor een in mijn ogen ‘groot avontuur in de natuur’, ik ga naar het nationale natuurpark Taroko en ga daar slapen in de pastorie van een katholieke kerk.

?? ? ?? (zo schrijft men hier: de hartelijke groeten)

Verbazing....teleurstelling.......aanpassen dan maar

Seoul International Aiport is een klein, wat verouderd vliegveld (weinig moderne faciliteiten) eigenlijk niet meer van deze tijd. Omdat het vliegtuig door vertraging na énen aankwam en het al rond zessen donker wordt en ik (dat was de gedachte toen nog) 30 á 40 km zou moeten fietsen naar Taipei-city, was het zaak op te schieten. Helaas kostte het me veel tijd en ergernis (miscommunicatie) voor ik mijn fiets te pakken had. Ook bleek het al de hele dag pijpenstelen te regen dus fietsen was geen optie. Ik besloot eerst mijn fiets in elkaar te zetten en me van die doos te ontdoen en daarna pas opzoek te gaan naar Tourist Information: dat bleek een grote fout..Want tot mijn stomme verbazing isTapei met zijn internationale luchthaven één van de weinige steden in de wereld die geen directe treinverbinding met de stad heeft, wel bussen en taxi’s (beiden relatief goedkoop). Wat nu… ‘dan neemt u toch de bus: en mijn fiets dan? die kunt U meenemen maar dan wel goed-verpakt in een doos’. Juist…..ja een doos…..zou die er nog zijn ik rende terug naar de plek maar helaas de schoonmaker had ‘m al in stukken gesneden; Gelukkig kon ik nog twee grote stukken karton ‘redden’ (ongeveer de lengte van het frame, wielen eruit. De mevrouw van Tourist Info beloofde mij dat dat genoeg mogelijkheid bood om de fiets er letterlijk mee te verpakken. En ja hoor de medewerker van de ver/inpak-afdeling heeft frame en wielen, gedraaid stuur en zonder trappers tot een prachtige vormloze plastic cocoon (helemaal ingedraaid in folie) omgetoverd: acceptabel voor vervoer per bus. Bussen reden af en aan dus de lange rij wachtenden was in no-time opgelost; allemaal op weg naar Taipei-city. Ik had al tijden geleden een hostel, iets buiten de city van Taipei geboekt: en kon daar komen door éénmaal over te stappen. Het was in middels al half-donker toen ik langs een grote straat, ergens in Tapei (God mag weten waar precies) letterlijk gedumpt werd: dit was geen busstation, zelfs geen plaats met een bushalte bordje, en het regende nog steeds fors. Daar stond ik dan met drie tassen en een pak-fiets. Geen enkel idee wat te doen. Tussen een rij zakenpanden was een klein kantoortje. Ik dumpte mijn spullen voor de deur en stapte naar binnen met de vraag of ze me konden helpen: I am completely lost. Eén van de twee vrouwen die daar werkten sprak goed Engels en vond uit dat mijn Hostel zo’n 5 km naar het noorden was en adviseerde mij een taxi te nemen. Binnen een kwartiertje was mijn grote twijfel: of ik ooit die dag nog mijn hostel zou halen, omgezet in een aangename taxi-rit (tegen een laag standaard tarief) tot voor de deur van het hostel waarin ik van dinsdag t/m donderdag zou vertoeven Dit hostel ligt op de rand van een heel interessant wijkje een z.g. Night Market zoals ik en we (Fem en ik) vaker hadden gezien in Vietnam, Thailand en Cambodja. Allemaal straatjes met winkeltjes, stalletjes (ze verkopen er heel veel voedsel dus: streetfood, kleding, electronica, prullaria) en hallen met vlees, vis, groente etc. etc

Zuid-Korea lijkt in vele opzichten op Japan: beschaafd, goed georganiseerd en netjes. Taiwan daarentegen lijkt meer op Vietnam: veel minder georganiseerd (licht chaotisch) en vooral veel vuiler. Verder heeft het met Vietnam, Cambodja en Indonesië gemeen dat het er wemelt van de brommers (met de bijbehorende verstikkende-uitlaatgassen-lucht en herrie). Gemiddeld genomen spreken de Taiwanezen uit de stad een aardig woordje Engels. Het verschil tussen rijk en arm is groot. Van de vele High-tech bedrijven zie je opvallend weinig, zullen wel op industrie terreinen verstopt zijn. De omgeving en de natuur zijn in dit deel (het hele westelijke laagland-gedeelte van het land) niet opvallend. Helaas is er in dit deel: 50% van s’lands oppervlakte niet veel ruimte voor natuur het is één aanéén gesloten geheel van dorpen, stadjes en grote steden daarin zijn bijna alle 24 miljoen inwoners gepropt. De rest van het land is berg-gebied. Ik moet keuzes maken dus zal ik de echte bergen links laten liggen en ben me er wel bewust van dat ik prachtige natuurparken en bergtoppen zal missen.

Na drie dagen, regenachtig weer, best veel mensen ontmoet te hebben en heerlijk te hebben gegeten, ben ik vertrokken richting zuiden. De planning was een korte rit richting een stadje, zo’n 15 km ten zuid-oosten van het vliegveld: ik wilde uitzoeken of daar een fietsdoos te regelen viel. Mijn eerste echte fietservaringen in dit land: en dat viel niet mee. Geen weg liep zoals ik wilde: al zigzaggend kwam ik na veel te veel km aan in Taoyuan. Door mis-communicatie en onnozelheid van het personeel heb ik uren voor een gesloten deur van het geboekte hostel moeten wachten voordat ik kon inchecken. Steeds kreeg ik een mailtje: sorry ‘we are shopping’ maar komen eraan, toch duurde het uren voor ik er echt in kon: raar en frusterend. Ik regelde met de jongen ‘in charge’ dat, als ik een doos kon regelen ik de nacht voor het verlaten van Taiwan, hier zou komen slapen en dan mijn fiets in een doos zou stoppen. Nog diezelfde avond ging hij met mij naar een Giant-fietswinkel en reserveerde voor mij een doos. Blij dat dat geregeld was (maar hopen dat het ook werkelijk lukken gaat) vertrok ik de volgende ochtend vroeg naar Xinchu. Het duurde best wel even voor ik (met Maps.Me) de juiste doorgaande wegen te pakken had, maar toen schoot het ook best wel op. Het weer was inmiddels totaal veranderd: volop zon en meer dan 30 graden. Xinchu, best een grote stad, had via Hostelworld en booking.com geen enkele accomodatie te bieden. Via treinreis-informatie kreeg ik 2 adresjes: allebei volgeboekt. Na nog wat navraag links en rechts, trof een jong gezinnetje (man, vrouw kind; jongen van 14) die erg met mijn lot begaan waren. Ze stelden voor een ‘rond-bel-actie’ voor me te doen. Ik gaf aan dat mijn budget voor een hotelnacht max 30 - 40 euro (1500 TWD) kon zijn. Zoonlief zocht sites op, moeder en vader belden. Ik heb die nacht voor 1500 TWD (inclusief reusachtig ontbijt) in een vrij luxe hotel (vlakbij het station: dus de doorgaande spoorlijn) geslapen. Mensen zoals dit gezinnetje zijn echt geen uitzondering, dit volk is fantastisch! en communiceren lukt altijd. Uit eerdere ervaringen wist ik dat in ‘gebieden waar het onduidelijk is’, ik accomodatie moet reserveren binnen het aanbod van Hostelworld, Booking.com etc. Dit noopte mij direct de volgende dag, vroeg op pad te gaan, anders zou ik Taichung: een populaire stad 120 km verderop, niet halen. De omstandigheden werden toch wel erg zwaar, want het werd steeds heuvelachtiger en de temperatuur steeg boven de 35 graden (een vochtige hitte zoals wij die in Nederland ook wel kennen) En dat gecombineerd met de uitlaatgassen is killing!! Gelukkig kent Taiwan, in vergelijking met Zuid-korea, vele aangename opfrisplaatsen: 7-Eleven-winkeltjes annex cafeetjes langs de grotere wegen. Mijn stelling is: blijven ETEN en DRINKEN anders overleef je het niet!

Rond 4 uur p.m. kwam ik dood vermoeid in Taichung, een stad gelegen op een heuvel, aan. Oh..ja ik vergeet nog te vertellen dat ik op mijn laatste dag in Taipei een Nederlander uit Friesland ontmoette die zijn 9-maanden-trip-door-Asië had afgerond en terugging naar Nederland. Van hem kreeg ik, een nog 14 dagen geldige telefoon-simkaart met onbeperkt data-gebruik. Nu navigeer ik, waar nodig, mezelf op Googlemaps naar betreffende bestemmingen. Het blijkt dat zo’n sim vrij goedkoop is: had ik eerder moeten weten!!. Zodoende reed ik soepeltjes naar mijn volgende verblijfplaats: een prima, klein hosteltje. Leuke gasten (Aziaten) en voortreffelijk personeel.

Drie overnachtingen deze keer. Heb weer eens een traditionele Night-Market bezocht en daar voortreffelijk gegeten: deze keer de Chinese-keuken….opvallend Bami- en Nasigoreng kennen ze niet (is dat dan meer Indisch?: of…ik weet het echt niet, is er iemand van jullie die me dit kan uitleggen?) Gisteren heb ik besloten dat ik de trip naar Tainan (mijn volgende stop) met de trein ga doen mede omdat het de komende dagen erg warm blijft. De tickets heb ik maar meteen gekocht: blijkt hier in Taiwan veel moeilijker te gaan, want het personeel spreekt echt geen Engels. Een aardige Taiwanees heeft me prima geholpen: morgenochtend vertrek voor een relaxt ritje per trein naar Taiwan’s derde grote stad: Tainan. Ik heb hier een prima airco-mix-kamer, en deel die met een jongen en een meisje uit Hongkong.

Nou…nu heb Ik erg veel trek in kaas, dus op naar de supermarkt, een heuse Carrefour. Daaaag..tot volgende week.

Mijn laatste drie etappes en de afronding van 'Expeditie Zuid Korea'

Vooraf mijn excuses voor de warrige presentaties van de foto’s bij de meeste foto’s kan ik geen bijschrift geven, louter omdat ik ze zelf niet meer zie binnen het proces van uploaden. En soms zijn er doublures ook al omdat ik slechts een fingernail-fotootje zie. In Taiwan ga ik alles in het werk stellen om de problemen met de foto's op te lossen.

Ik eindigde mijn vorige verhaal met de opmerking dat ik via Daegu verder zou reizen, bij nader inzien heb ik mijn route verlegd via Andong en Suanbo terug naar Seoul.

De fietstocht van Gyeongju naar Andong was goed te doen helaas veel regen maar de temperatuur was nog steeds aangenaam. De regen verpeste wel mijn uitzicht en heb de hele rit dan ook maar puur op de macht flink door geredenen en mijn blik veel op de teller gericht gehad. Andong is een soort vestingplaats te midden van veel water (meren en rivieren). Het staat bekend om zijn vele winkeltjes met kruiden en middeltjes voor alternatieve geneeskunde. In één van die winkeltjes heb een medicijn gekocht tegen verkoudheid (2 soorten capsules: 3x daags 2 van elk innemen). Ik weet niet of het echt helpt, ik voel me niet ziek maar……laat ik zeggen: het is niet chemisch dus heeft het een psychisch gunstiger uitwerking op me. Verder is Andong nationaal bekend om zijn makreel: heb een proefhapje geprobeerd, smaakt anders dan bij ons omdat zelfs bij vis ze in staat zijn er een vleugje zoet in aan te brengen (daarover later iets meer!). En het jaarlijkse mask-dance festival (zie foto), net afgesloten in de week voor dat ik er aan kwam. deze dansen zijn gebaseerd op op historische gevechten tussen bevolking groepen (stammen). In het guesthouse in Andong trof ik de tweede dag dat ik er sliep 2 mensen die ik eerder op mijn reis had ontmoet: een Belg en een Nieuw-Zeelander: wat is de wereld toch klein, vooral als je alledrie de ‘Loneley Planner’ als reisgids gebruikt.

Even een tussendoortje: Eten

Voor mij blijft het best wel een probleem om dagelijks genoeg voedsel tot me te nemen zodat ik genoeg voedingswaarden binnen krijg om de benodigde energie te leveren die nodig is om te fietsen, ben weer een paar kilo afgevallen: blijf gelukkig stabiel 72 á 73 kg. Omdat ik het traditionele voedsel structureel te heet vind (veel erger dan in Vietnam en Japan) beperk ik me to een drietal gerechten waarbij blijkt dat ze je nog enigszins zelf laten bepalen hoe heet je het wilt hebben (ze houden de echt-hete saus gescheiden).Deze gerechten zijn: Bibimbap = rijstgerecht met ei, gebakken groenten, vlees (of een vega-variant) en milde en hete saus. Dolssambap = hotpot rijst met groente wraps. Mandu = gevulde dumplings (heerlijke gevarieerde vulling). Maar….werkelijk al het eten wat ze consumeren, dat niet zoet is of niet zoet hoort te zijn heeft toch een lichte zoete smaak: wat mij betreft is veel van hun voedsel zodoende grondig verpest. Datzelfde geldt ook voor het hete eten, daar kan ik maar slecht aan wennen (mijn smaakpapillen bevinden zich hierdoor constant in knock-out-fase). Door dit alles grijp ik, meer dan me lief is, naar de fast-food-hap (hamburger + friet).

Woensdag 5/10, weersvoorspelling is weer regen, vroeg op weg (nnw) naar Suanbo: een stadje wat hoger in de bergen met hot springs en s’winters is het een ski-oord. Had er voor de afwisseling een (goedkoop: na later bleek een oud en krikkemakkig) hotel geboekt. Prima geslapen met de fiets naast mijn bed (normaalste-zaak-van-de-wereld volgens de eigenaar). Dit stadje heeft volgens mij de hoogste graad van restaurant-dichtheid per vierkante hectare van heel Korea. En allemaal hebben ze fazant op het menu (ik ben geen liefhebber van kip, dus fazant daar begin ik al helemaal niet aan). Inmiddels was die dag de temperatuur behoorlijk gedaald (16 graden) en volgens de voorspelling zal dat de komende dagen zo blijven.

De rest van mijn reis terug naar Seoul besloot ik per trein te doen:Eerst nog even 21 km naar de volgende stad met station fietsen. Vroeg vertrokken, redelijk vroeg de trein en om 3 uur s’middags zat ik hoog en droog in een guesthouse vlakbij Seoul Railway Station, hier kon ik slechts voor één nacht terecht. Dus verkassen naar een populaire wijk tussen de City en Incheon. In mijn onderkomen voor de volgende (en laatse) twee nachten Seoul trof ik 4 Nederlandse studenten (uit Delft) die een half jaar aan de technische universiteit van Daejon studeren) ze waren een weekendje uit in Seoul mede vanwege het Vuurwerk Festival. Wel even lekker: wat Nederlands babbelen. Dat Internationaal vuurwerk festijn vond aan de oever van de Han plaats. Ben een groot deel van die zaterdag op mijn fiets over de fietspaden langs die rivier wezen fietsen, het was echt feest, er speelden bandjes er werd gedanst, en er waren vlooienmarkten. Dat vuurwerk heb ik niet kunnen zien: ‘te ver van mijn bed’.

Zondag nog één overnachting in een bed, maandagmiddag de fiets in laten pakken, dinsdag-ochtend is daar te weinig tijd. Met gevolg een nachtje op het vliegveld doorbrengen. Geen punt…. lekker werken aan dit verhaal.

Mijn ‘overall’ gevoel bij deze trip in Zuid-Korea is een beetje dubbel. Aan de ene kant spannend zo’n onbekend land om in te fietsen, hoe anders is dat dan in vergelijking met wat ik al gedaan heb?!!. En is het de moeite waard. Aan de andere kant miste ik het contact en de uitwisseling van verhalen met andere fietsers en backpackers ‘on the road’, ik was (te)veel alleen. Grote kans dat ik de enige was die zo door het land trok en was het dus wel uitdagend genoeg en vooral was het wel leuk en interessant genoeg? Ik kan er voor me zelf nog geen éénduidig beeld van maken. Misschien moet ik eerst Taiwan door fietsen en met die ervaringen op basis van vergelijking tot een afgerond beeld komen.

Nu STOP ik en hierbij mijn laatste groet uit Zuid-Korea.

P.S het internet (wifi) is shit…dus even afwachten wanneer je dit stuk het onder ogen krijgt.

Tweede ontmoeting met Turkse student en eertse ontmoeting (confrontatie) met gezagshandhavers

Zondagochtend 25/9 vertrok ik om 8 uur naar mijn afspraak in Gwangju (in het vorige verslag abusievelijk Gwangwan genoemd). In een buitenwijk van deze stad woont de Turkse student (27 jaar en bijna klaar met zijn master technische natuurkunde) die ik de eerste dagen in Incheon ontmoet had en we hadden afgesproken dat ik hem zou opzoeken op de campus in Gwangju.

Zo’n 20 km zzw van mijn vertrekpunt wist ik dat ik een keuze moet maken tussen 2 wegen de ene (de 1) loopt meer land inwaarts en is 30 km langer omdat ie om gebergte en meren meandert. De ander (de 25) is een echte Motorway (wel of niet een ‘no go area’ voor mij ik wist het nog niet. Ik koos voor de laatste en reed om de tol-poort-slagboom van een op het oog automatische (onbemand) werkend tolstation heen. Er galmde een stem uit een speaker, maar ik dacht ‘jullie kunnen me wat ik rij door’ en zie wel wat er gebeurd. De weg bleek veel drukker te zijn met een hogere max. snelheid (120km) en veel meer vrachtverkeer: eerlijk gezegd niet echt prettig. Ik fietste toch vrij relaxed zo’n km of 5 door en ja hoor een sirene naderde me van achteren: Highway Patrol. In hun beste steenkolen Engels maanden ze me de weg te verlaten bij de eerste de beste tolgate. Die was slechts 3 km verderop. Ze begeleiden me met blauw zwaai-licht de weg af, maar wat ik niet wist is dat ze de politie er bij geroepen hadden: Het ontvangst-committee stond me bij de tolgate op te wachten. In mijn beste (langzaam en goed articulerend) Engels probeerde ik ze duidelijk te maken dat ik louter voor de kortere weg had gekozen en dat ik niemand incl. mezelf, in gevaar wilde brengen. Ze spraken bar slecht Engels en ik zag al gauw dat het niet de kwaadste mensen waren. Ze lieten me nog even zien hoe ik van daar op de nr 1 moest komen en we namen in ‘pais en vree’ afscheid.

Binnen een kwartier zat ik op de 1, nog zo’n 80 km te gaan, dat bleken best wel zware km te zijn want deze weg ging heeeeeel veeeeel vlasplat omhoog met ongeveer 10 tunnels van tussen de 500m en 1km lang. De omgeving leek nu wel een groot bos. Ik fietste van vallei naar vallei met als verbinding een tunnel met fietsonvriendelijk wegdek.

Het was denk ik ongeveer 14:00 uur toen ik Cheondam de wijk waar Numan (de Turkse student woont aankwam, het is een wijk met 2 enorm grote universiteiten. Een vrij nieuwe wijk (heel veel grote winkelstraten, hotels en uitgaansgelegenheden) waar veel jonge gezinnen en natuurlijk heel veel studenten wonen. Ik ontmoette hem in de plaatselijk Starbucks, hij was niet in de gelegenheid mij onderdak te verschaffen (was ik ook niet op uit) maar hij had inmiddels wel geregeld dat ik 3 nachten in de plaatselijke Jimjilbang kon slapen, met vrij-in-en-uitgaan en behoud van éen-en-de-zelfde Locker.

Ik vroeg hem hoe het kwam dat hij juist in dit land is gaan studeren. In zijn geval was het puur toeval: hij is 2 jaar geleden mee verhuisd met zijn professor. Opvallende en opmerkelijke bijkomstigheid:Turks-en de Koreaans stammen van dezelfde taal-familie, dus voor hem was Koreaans leren niet zo moeilijk. Sinds de ‘Coup van Erdogan’ is het aantal Turkse studenten dat naar Korea komt enorm gestegen: de meeste zaten op een zgn Gûlen-universiteit.

De problemen met mijn achterwerk heb ik resoluut aangepakt: zowel een nwe koersbroek als een nw zadel gekocht, nu voelt weer als vanouds.

Tijdens mijn verblijf in Gwangju rees de temperatuur de pan uit (dinsdag 27/9 was het 38 graden). Maar dat zou gaan veranderen: er was regen op komst, vanuit het oosten. Aangezien mijn reis oostwaarts gaat zou ik dat woensdag (dag van vertrek richting Busan) geleidelijk tegemoet rijden. De hoop dat dat zo geleidelijk in de namiddag die woensdag zou zijn werd al vroeg die ochtend de ‘lucht’ in geboord: Rond 9:00 uur stortregende het en het zou dagen niet meer stoppen. Het was een relatief kleine omweg om bij het vliegveld de trein te pakken richting Busan. Een fiets meenemen is in principe gratis, echter kan dat niet in iedere trein en op ieder uur en dat bleek vreselijk onhandig uit te pakken voor mij. De eerste 2 mogelijkheden die ochtend waren al geweest en de enige overgebleven optie was 17:00 uur dat wil zeggen aankomst 23:00 uur en dan nog zien, onder die omstandigheden (donker en slecht weer), in het guesthouse te komen….. DAT GAAN WE NIET DOEN. Wat nu?! Wat bleek, je mag ten alle tijden een opvouwbare fiets meenemen. Geen probleem mijn fiets vouw ik wel even op: dwz ik neem de wielen er toch gewoon even uit!!…..Dat vonden ze acceptabel. Hoera!!! Ik kon de trein van 10:30 halen en zou dan om 16:35 (een boemel-reis van 6 uur) in Busan aankomen. Ik had op eerdere reizen al meegemaakt dat theorie en praktijk nogal eens kunnen verschillen, zo ook nu: een boemel-diesel-trein (de intercity doet er zo’n uurtje of 2 korter over) maar wel met erg veel ruimte om je fiets er gewoon in te zetten (niks wielen eruit) en de conducteur had er geen enkele moeite mee. Kwa landschap was het net of ik in de trein in Japan zat: dezelfde rijstvelden, heuvels bossen riviertje en soms bergen op de achtergrond. Alleen de stationnetje waren wat knusser.

In Busan aangekomen vond ik via Agoda vrij snel een leuk, modern guesthouse. De plenzende regen maakte het echter vrij lastig om daar vlotjes heen te rijden. De boeking in een 6-bed-dorm bleek deze keer een minder groot succes. Een vijftal vrijgevochten Italianen had de ruimte zo’n beetje omgebouwd tot een hippie kamp met als centraal ‘monument’ een waterpijp waarin ze goedkope ‘whatever’ zaten te blowen. Ook dat blijkt te kunnen in het huidige S-Korea. Binnen een half uur zat ik, met een beetje bijbetaling, op een andere (2 persoons kamer) kamer. De reden van het afwijzen van de eerste keuze heb ik wijselijk maar niet genoemd. Drie dagen Busan betekende 3 dagen heel veel regen. En dan te bedenken dat dit s’lands topéén badplaats is…. het is niet altijd feest!!! Ik heb een paar leuke markten bezocht en voor het eerst spaghetti gevonden, gekocht (op advies van mijn Italiaanse ‘vrienden’) en gekookt/gegeten: ook dit guesthouse had keukenfaciliteiten. Verder heb ik maar niet meer de moeite genomen naar het strand te gaan en ben zaterdag doorgereisd, weer met de trein (kost geen drol en het regende nog steeds) naar Gyeongju.

Gyeonhgju (de gouden stad) is een gezellig oud stadje, 85 km ten noorden van Busan, het is Unesco-erfgoed en staat bekend om zijn talrijke tempels, pagodes en graftombes van de verschillende dynastieën van de jaartelling tot 1300 A.D. (zie foto’s). Zondag 2/10 heb ik s’ochtends nog een poging gedaan een tempel en een pagode te vinden in het pittig- heuvelachtige gebied rond het stadje. De op schaal getekende kaart rammelde aan alle kanten en na 22 km trappen vond ik het wel welletjes…. dan maar naar het museum. Hier kreeg ik wel een goed beeld van het als maquette weergegeven gebied. Maandagochtend vertrek ik naar Daegu het begin dan de reis terug naar Seoul. Over ongeveer een week schrijf ik mijn laatste verhaal over S-korea.

Groet

van Seoul via via naar Jeongju

Vrijdagochtend 16-09 ben ik om 5 uur opgestaan, na een stevig ontbijt en na de rest van mijn spullen ingepakt te hebben sprong ik om 6 uur op mijn fiets richting zzo. Ik had via Airb&b accommodatie geboekt in Hongseong maar wist niet precies hoe ver dat was: zeker 120 km . De eerste 2 uurtjes schoten prima op ondanks dat het inmiddels flink was gaan regenen. Mijn horloge-compas gaf aan dat ik toch veel meer oost moest gaan aanhouden. Ik herinnerde van de kaart dat in dit gedeelte weinig steden of dorpen waren, waarop ik me kon oriënteren. Ik draaide bij maar na een km of wat bleek dat ik toch nog wat meer naar het oosten moest. De weg dwong me nog wat verder oost, ik had geen keus, ik dacht nog dat corrigeer ik wel. En verdorie zo’n 90 minuten later stond ik op een punt waar ik eerder was geweest: Ik hand een rondje van zo’n 35 a 40 km voor janlul getrapt, conclusie: waardeloos kompas.

Vanaf dat moment moest ik wel op Maps.Me gaan rijden. Maar maps.me neemt zoveel stroom dat na 1,2 uur de accu van je mobiel leeg is, gelukkig heb ik altijd een oplaatadapter (tot 2 x 100% bijladen) bij me, dat maakt totaal ongeveer 4 uur stroom. Dat is dus te weinig, oplossing: op rechte wegen (i.m.g. zuidwaarts) herkenbaar door een nummer (de grote wegen hebben nummers) kun je de app vrij lang uitzetten. I.g.v ‘punten van onzekerheid’ zet ‘m even weer aan om de route scherp testellen.

Het terrein/de omgeving is niet spectaculair, weinig bos, glooiend heuvelachtig maar wel heel groen (na de regentijd). Het kan hier best wel subtropisch zijn maar dan verwacht je palmbomen en misschien velden met meloenen: niets van alles. Ik bevind me tussen de 38ste en 39ste breedte graad, dat is ter hoogte van Spanje het is hier warm minstens 25 graden maar de nachten koelen best wel af. Op de kaart van dit land wemelt het van de natuurparken, ik heb er ook een paar gezien, maar ik heb niet het idee dat de gem. Koreaan daar nou erg door geboeid raakt. Koreanen zijn, denk ik, huiselijke types (lonely planet). Korea, ter grootte van Portugal, heeft 51 miljoen inwoners, de meeste mensen wonen in de grote steden. Daar zie je gigantisch veel grote woonflat(toren)-gebouwen. Zelfs stadjes ter grote van bv Steenwijk hebben van die woontorens, de Koreaan is klaarblijkelijk best bereid zo te wonen i.t.t wij Nederlanders.

De tocht, zo bleek, verliep minder voorspoedig dan ik had ingeschat en om 15:00 uur na een paar stops (k’werd moe, moest eten en drinken) drong het tot me door dat ik Hongseong niet zou halen. Ik richtte me dus maar op de wel haalbare (om 18:30 is het hier al donker) stad: Cheonan, maar dan moest ik wel ergens internet op om dat door te geven op de al geboekte plaats. Op een van de stops kon ik mijn mailtje versturen, daar trof ik een Koreaanse fietser die me geïnteresseerd aansprak en me aanbood een uurtje richting Cheonan te gidsen: Lekker blik op oneindig en volgen maar die brede banden (hij reed een mountainbike met woestijncrossbanden (ongeveer 18cm breed: zie foto). Om klokslag 18:00 uur reed ik bij schemer Cheonan binnen en kreeg bij het eerste de beste tankstation een prima guesthouse tip. Voor 12 Euro sliep ik in een kamertje van 3 bij 2 met bed, koelkast en tv. Die avond at ik voor het eerst een echt Koreaans gerecht zittend op de grond aan een lage tafel (net als toen in Japan) verorberd. Sommige bijgerechten zijn erg scherp en het is dus een beproeving al het bestelde op te eten: hetgeen op zich, weer nodig is om de maag genoeg gevuld te krijgen voor de benodigde energie.

De zondagochtend is ideaal voor het verlaten van een grote stad: zeer rustig op de weg en ik hield makkelijk overzicht over de op Googlemaps uitgezochte route naar de grote weg (nr 21) richting Asan, Yesan en uiteindelijk Hongseong, die dag slechts 65 km. Deze 65 km waren voor het gevoel echter even zwaar als de 150 km van de dag ervoor want (oorzaak nieuwe fietsbroek) een opengegane fikse blaar op mijn rechter konthelft was verdomd pijnlijk. De ervaring leert dat zoiets 4 dagen ‘niet fietsen wordt’. In dit geval is dat geen straf want het Rb&b-huis bleek een riante oude gerestaureerde bungalow te zijn in een bungalow-park aan de rand van de stad. Kortom: het is hier zeer goed vertoeven voor weinig geld. De plek wordt gerund door 2 jonge ondernemende Koreanen met zo te zien aardig wat geld. Op een handige manier hebben ze een deal gesloten met de gemeente en is met veel subsidie de boel hier opgeknapt voor het onderbrengen van touristen, vooral Koreanen zelf, ik ben de eerste buitenlander. De subsidie is in het kader van het promoten van ‘de stad als trekpleister voor meer tourisme’. Vier dagen vakantie waarin ik vrij veel vooral jonge Koreanen heb ontmoet, afwisselend uit en ‘thuis’ (prima koken een goed geoutilleerde keuken) heb gegeten.

Vrijdagochtend 23-09, 8:00 uur ben ik met een fiets-fris-achterwerk vertrokken naar Jeongju. Het plan was bij Boryeong naar de kust/het strand te gaan en daar een nachtje door te brengen, echter de kustplaats, die er nogal duur en decadent uitzag, was bijna helemaal uitgestorven: door- fietsen-dan-maar. Zodoende werd het helaas weer een lange fietsdag (150 km), normaal kan ik zo’n afstand vrij goed aan maar met mijn huidige (broei-schuur) fietsbroek wordt mijn zitvlak-huid na zo’n 100 km beurs.

Om 18:00 uur heb ik ingecheckt in een Jjimjilbang=een traditionele Spa/sauna. Ik had er, als getipte goedkope slaapplaats, ergens onderweg van gehoord. Mensen dit is iets geweldigs: Het zijn, vaak 3 verdiepingen grootte gebouwen met heet-en koudwaterbaden, saunas, gyms, een eetzaal (goekoop voedsel) een zonne-terras en bars. Eenmaal betaald krijg je een magneet-sleutel-armband ter bediening van je locker en ontgrendeling van deuren tussen ruimtes. Het mooiste van alles is dat er zolang binnen kunt blijven als je wilt. ik vind een nacht, een dag, en een nacht hier in Jeongju wel genoeg. Mensen dit is het voor nu, maandag ga naar Gwangwan

Groet

P.S.

Het volgende moet ik nog even kwijt:

Wat hier (wat mij tot nu toe opvalt) ontbreekt is: Er zijn geen vogels, geen katten (zou er verband zijn!?), er liggen geen dode beesten langs de weg, geen geluidsoverlast, weinig of geen stank, geen full-elektrische auto’s (wel slechts enkele hybrides), er wordt geen afval gescheiden (er is kennelijk geen echt milieu-beleid!!?), je ziet nergens paarden, nergens heb ik politie en/of militairen op straat gezien.

Aankomst in Seoul en eerste impressies

Aankomst op Incheon International airport en eerste impressies van Korea

Na een prima vliegreis landde ik op Incheon International Airport, dit vliegveld ligt op een eiland: Dit gaf meteen al een probleem je kunt er niet fietsend af komen, de wegen zijn Highways. De enige optie is de trein (fiets gratis mee, dat dan weer wel) naar de buitenwijk van Seoul: Incheon. Incheon is een ‘Young Urban City’, leuk levendig betaalbaar voor jongeren en jonge gezinnen. Hier vind je in tegenstelling tot Seoul-city goedkope hostels, hotels en guesthouses. Helaas wel wat veel beton en te weinig groen.

Geld halen uit de ATM (money-machine) is een stuk moeilijker dan tot nu toe mijn (buitenlandse) ervaring was: 1 op de 6 probeersels met mijn bankpas leverde pas geld op. 1 van de plausibele verklaringen is: ze zijn meer in/afgesteld op Creditcards dan op Debitcards. Echter ik trek geen geld met een Cc, dat is me veel te duur. Het geld heeft net als bij de oude Lire: veel nullen en weinig waarde.

Mijn eerste indrukken van Zuid-Korea zijn prima, goed georganiseerd openbaar-leven: zeer goed openbaar vervoer, nette gratis openbare toiletten, bibliotheken en veel musea zijn gratis. Alles is schoon en netjes, geen armoede en agressiviteit op straat, geen zwerfhonden, geen bedelaars en (dat hoop ik) geen of weinig verborgen armoede. De mensen zijn heel vriendelijk en zien er gezond en netjes uit, velen, zo heb ik me laten vertellen, kunnen zich het bezit van een middenklasse auto permitteren. Het autobezit lijkt mij vrij hoog, de variatie in merken (bijna alleen maar Hyundai’s en Kia’s: economisch protectionisme!?!) is klein, echter het aantal modellen per merk is gigantisch groot

Voor buitenlanders (met een mondje Engels) is het hier best goed vertoeven, de gemiddelde Koreaan spreekt aanvaardbaar Engels, jongeren veelal goed (uitspraak: ietwat afgeknepen laatste lettergrepen/klanken) ouderen wat minder, maar schromen veelal niet je aan te spreken.

Vandaag do 15/9 is een Nationale feestdag: Chuseok= Koreaanse Thangsgiving. Het is in vergelijking met bv gisteren doodstil op straat en de markt (hier achter het flatgebouw waar ik verblijf) is maar voor een heel klein deel open, een dag van onthaasting: prima toch!

Mijn plan is zaterdag echt aan de trektocht te beginnende: een km-tje of 100 richting zuid-zuid-west, op naar de het gebied met de (mooie?) stranden. Het weer is hier prima, een temperatuur van + 28 graden of meer, de vooruitzichten voor de komende week zijn stabiel goed.

Dit is het voor nu, na het weekend komt er een vervolg.

Groet

PS Ik heb me voorgenomen deze keer meer foto’s bij te voegen kijken of dat lukt.